zondag 1 mei 2011

Het einde van een vakantie


Het zal je maar gebeuren, de laatste dag van je vakantie is aangebroken, oliepeil gecontroleerd, caravan gesopt en koffers gepakt. Klaar voor vertrek naar de andere kant van het land. Nog even een rondje met het hondje en dan is het zover. Maar waar is de hond? Bij de buren?...nee!, de washokken?....ook niet! Dan vast bij de beheerder van de camping, daar gaat hij nogal eens naar toe om de vuilnisbakken te inspecteren. Maar helaas, ook daar is geen hond te bekennen. De zoektocht wordt langzamerhand uitgebreid naar het pad langs de camping, het landje achter de beukenhaag om uiteindelijk bij de grote weg uit te komen. Roepen en fluiten geeft geen resultaat dus loopt het baasje langs het fietspad richting het dorp. Gelukkig ziet hij aan de rand van de sloot, blij kwispelend het dier liggen. Maar dan komt de werkelijkheid als een mokerslag. De reden dat de rand van de sloot is gekozen, is niet vrijwillig. In zijn jeugdig enthousiasme wilde hij de weg oversteken, denkend dat een auto alleen maar leuk is en je naar leuke dingen brengt. Deze keer heeft hij de andere kant van het vehikel ervaren. Bij het oversteken heeft hij net een aanstormend monster geraakt en daarbij beide voorbenen gebroken. Dertig centimeter verder en hij was er niet meer geweest.
En nu ligt hij uit te slapen in de recovery. Op het bot van het linker been zit een “seven hole dynamic compression plate” waarbij de ruimte boven het polsgewricht maar amper genoeg is om de plaat aan te brengen. Het rechterbeen is met een “eight hole” vastgezet. Het soort botplaat geeft de mogelijkheid om de botdelen bij het vastschroeven onder druk in elkaar te persen waardoor de genezing sterk versneld wordt. Beide benen in het gips om elk risico op verdere blessure te voorkomen.
En ondanks een eigenlijk erg vervelend einde van de vakantie spreekt de eigenaar zijn geluk uit over hoe een ongeluk uiteindelijk toch nog redelijk goed kan aflopen.

Maar hij had zich wel een ander einde van de vakantie voorgesteld zo vertrouwd hij mij toe.

woensdag 20 april 2011

lief klein konijntje


"het zalfje van twee weken terug heeft niet geholpen", zegt de de boomlange jongeman die in zijn ene hand een mand met huisdier, en aan zijn andere een klein, wat angstig kijkend klein meisje heeft. Ze weet wel dat haar "Snuffie" ziek is maar het hele gedoe van het noodzakelijke dierenartsenbezoek ziet ze duidelijk niet zitten. De mand word op tafel gezet en met een zwaai wordt de deksel omgeslagen. Ik zie een klein konijntje die zijn oortjes triest naar beneden laat hangen. Nu moet ik er wel bij vertellen dat het een Duits hangoor dwergkonijntje is en dus hoort het hangen van de oren er helemaal bij. Ik til het diertje uit de mand en bekijk het probleem. Dikke klonters natte maar ook ingedroogde pus zitten links en rechts in en aan de haren onder en voor de ogen vastgeplakt. Een week geleden heb ik het diertje ge-ent en voor de lichte oogontstekings verschijnselen die het dier toen had, heb ik een zalfje meegegeven. Maar ondertussen is het kleine probleem van toen een veel groter probleem van nu geworden.
De oogontsteking bij het konijn is een veelvuldig voorkomend probleem. De bacterie die de ontsteking veroorzaakt is bij alle konijnen aanwezig maar alleen onder bijzondere omstandigheden wordt hij actief. En als hij actief wordt is hij moeilijk te bestrijden. Dat bleek maar eens te meer aan dit konijntje dat zich, hevig tegenstribbelend, aan mijn onderzoek wil onttrekken. De haren bij de ooghoeken laten los als ik de korsten pus verwijder. De ontsteking zit ook in de haarzakjes en daarmee is het loslatingsproces van de haren gestart. De eigenaar kijkt een beetje verbaasd toe als er grote kale plekken onder de ogen verschijnen en ik moet hem geruststellen dat het uitrekken van de haren niet zielig en zelfs noodzakelijk is om de huid verder tegen infectie te beschermen. Ik luister naar de longen en moet tot de conclusie komen dat er een bronchitis met hier en daar zelfs longontstekings plekken te beluisteren zijn. Het kleine meisje staat met grote ogen alle verrichtingen te bekijken. Zij hoort mijn uitleg over het zieke diertje wel maar luistert er duidelijk niet naar. En begrijpen doet ze het al helemaal niet. Het enige dat voor haar telt is dat haar vriendje zielig is en ze hem eigenlijk alleen maar wil vasthouden en knuffelen. Ik spreek mijn bezorgdheid over de longontsteking uit en besluit het consult met een injektie antibioticum. Ook neemt de eigenaar een paar spuiten met antibiotica mee om de behandeling thuis voort te zetten. Het zalfje moet nog even doorgebruikt worden want hoewel hij op het eerste gezicht niets deed is het een welkome aanvulling op de noodzakelijke behandeling.

Helaas moet ik adviseren het knuffelen even achterwege te laten. Bacterien zijn meestal niet kieskeurig en lusten ook wel kleine bange meisjes.

zondag 10 april 2011

Een lange lijst


Gelukkig heeft mevrouw een verzekering voor haar hond afgesloten want de lijst met aandoeningen waar hij, een vrolijke bullterrier van 5 jaar, aan lijdt begint respectabele vormen aan te nemen. Hij heeft een heel vervelende huidaandoening waarbij een voedingsallergie door schimmels en bacterien tot een complex probleem wordt gemaakt. Maar als ik het lijstje van de laatste tijd afloop zie ik ook nog een oogontsteking, een oorontsteking, een tumor aan een melklijst en eentje aan een teen. Daarnaast heeft hij de neiging om dingen van de straat te eten, waarbij het hem niet zoveel scheelt of datgene wat hij tot zich neemt eetbaar danwel oneetbaar is. Zo zijn er al verschillende soorten plastic en een vogelnetje via zijn maagdarmkanaal gepasseerd. Twee weken terug had hij weer wat anders. Een forse diarree met hoge koorts maakte het leven duidelijk minder aangenaam. Gelukkig was met de ingestelde behandeling het probleem gauw over. Maar het afgelopen weekend was het weer zover. Weer problemen van het maagdarmkanaal met braken, hoge koorts en bloedige diarree. Nu wil het geval dat juist dit weekend we alleen een assistente beschikbaar hadden omdat de artsen elk door een belangrijke afspraak elders waren hoewel er natuurlijk altijd een spoedarts bechilbaar is. Een goede zorg wordt hierdoor altijd gewaarborgd. Zo kon het dus gebeuren dat ik op het verjaarsfeest van mijn bejaarde vader door mijn assistente gebeld werd en ik het probleem waar zij zojuist mee geconfronteerd was, van haar hoor. Gezien het braken en de (bloederige) diarree stel ik haar voor een parvo-test uit te voeren. Ik lepel net het laatste stukje taart naar binnen als mijn telefoon de uitslag aankondigt. Ik neem op en hoor dat parvo niet de oorzaak is. We overleggen nog even waarbij de assistente een nauwkeurig verslag doet van alle verschijnselen die ze waarneemt. We besluiten een rontgenfoto te maken en gelukkig kan ik dat wel aan haar overlaten. Een slokje bier, zo uit de fles natuurlijk, gaat zijn weg achter een handje borrelnootjes, als de telefoon weer gaat. Het is de assistente die omschrijft wat ze op de foto ziet. Aan het verhaal kan ik niet duidelijk opmaken wat er aan de hand is maar het klinkt niet helemaal in orde. Samen met de eigenaar besluiten we de “Bull” met alle gegevens toch maar naar de weekenddienstarts te laten gaan. Eerst legt de assitente nog een infuus in de bloedbaan aan zodat we vocht en medicijnen in het bloed kunnen aanbrengen. Ik ben trots op de assistente, zoals ze alle dingen die binnen haar kundigheid als paraveterinair beschikbaar zijn toch maar durft aan te pakken.

Zojuist lees ik het verslag van de specialist in Amsterdam. De weekenddienstarts had, op basis van alle gegevens die hem waren aangeleverd, “Bull en Baasje” al snel naar hen doorverwezen. Het blijkt dat uit de maag van de hond meerdere stukken van een plastic pop zijn verwijderd. In het verslag lees ik ook dat het naar omstandigheden goed met Bull gaat.

En zo kunnen we weer een nieuw wapenfeit aan de ondertussen lange lijst van problemen en behandelingen van Bull toevoegen.

zaterdag 2 april 2011

Een frisse, zuivere lucht??


Het is een oud hondje. Best nog wel levendig en aktief maar ook een beetje de weg kwijt. Het bazinnetje komt wat onzeker voor een klein tumortje op het ooglid. Ik buig me voorzichtig over het diertje heen wetend dat de leeftijd en de forse staar een plotselinge afweer reactie kan opleveren waarbij een felle knauw in je vingers niet denkbeeldig is. Als ik dichterbij het hoofd van het dier kom wordt ik onpasselijk van de gore putlucht die uit de bek vrijkomt. Naast de inspectie van het gezwelletje licht ik ook even een bovenlip op. Wat ik zie is schrikbarend. Het gebit is een grote rottende massa met tandsteen, stinkende prut en loszittende elementen. “Het gezwelletje moeten we eigenlijk weghalen” zeg ik tegen haar en ik vervolg met de opmerking dat we dan misschien ook maar het gebit moeten aanpakken. Ze kijkt me bezorgd aan. Haar vorige dierenarts had de narcose bij het oude hondje niet meer aangedurfd vandaar dat er al jaren niets meer aan de bek was gedaan. “Maar het stinkt enorm” zo vertrouwd ze me toe. Ik staar peinzend uit het raam. Natuurlijk is een narcose voor zo een oud dier nooit gewenst maar de permanente ontsteking in de bek geeft ook zo zijn problemen in het lichaam. Nierschrompeling en hartekleplekkage zijn de meest bekende complicaties van een slecht gebit. Ik leg het bazinnetje uit dat de leeftijd natuurlijk een verhoging van het narcoserisico met zich meebrengt maar dat we dat risico misschien toch maar moeten nemen, omdat het wegrotten van je gebit een smerige en pijnlijke zaak is. Ik zie dat ze heen en weer wordt geslingerd tussen haar gevoelens en haar verstand. Uiteindelijk geeft ze aan dat ze de ingreep graag wil laten doen. “gaat het verkeerd dan moet dat maar” zegt ze.
Drie dagen later ligt hij rustig ademend op tafel. Over de neus heeft hij een zuurstofmasker en ik hoor het geruststellende suisende geluid van de luchtstroom die bij elke ademtocht diep in de longen wordt ingezogen en het brommende geluid van de generator die dit hersen- en hartbeschermende gas produceert. Een flinke shot pijnstiller moet elk ongemak zoveel mogelijk weghouden en via een infuus houdt ik het diertje in een lichte slaap. De eerste paar tanden hebben geen kracht nodig. Als ik ze met mijn tang vastpak liggen ze er al uit. Het volgende setje geeft wat meer problemen maar nadat ik een seconde of tien wat druk op de elementen uitoefen voel ik de wortels loskomen van de wortelkassen. Blijven twee grote kiezen met meerdere wortel die in verschillende richtingen lopen over. Omdat er een chronische pijn kan blijven als er stukjes wortel achterblijven slijp ik de kiezen doormidden om vervolgens met een hevel druk op de onderdelen aan te brengen. En zo kan ik ook de laatste delen van het gebit verwijderen.

Als ik een uurtje later het diertje dankzij de voorzichtige narcose en het beschermende zuurstof weer fris en fruitig in zijn hok zie staan, haal ik opgelucht adem. Voortaan zal de patient weer met een schone zij het tandeloze mond door het leven gaan.

maandag 28 maart 2011

Das Kikkuh !!


Samen met de collega bekijk ik de röntgenfoto's. Hoewel er op de foto niet veel afwijkends aan het gewricht te zien is geeft de hond een forse pijnreactie op de linker elleboog met name bij het strekken, zo vertelt hij. De andere gewrichten van dit been zijn pijnvrij, ook als er bij het manipuleren flink de grenzen van buigen en strekken gezocht wordt. “Ik laat ze wel een afspraak maken” zegt de collega en hij stopt de foto's weer terug in de grote bruine map die hij vervolgens onder zijn oksel steekt. Hij slurpt het restje koffie weg terwijl hij naar de uitgang loopt. Ik doe hem uitgeleide. Twee dagen later belt de eigenaar om een afspraak te maken. Het is erg druk in de praktijk en voor het verdere onderzoek van de kreupelheid en een eventuele operatie heb ik toch wel het grootste gedeelte van een dagdeel nodig dus ze moeten een weekje wachten voor er ruimte is. Maandagochtend, het is zover. Na een gedegen kreupelheidsonderzoek dat zowel het monsteren (nauwkeurige inspectie van het looppatroon) als een goed afvoelen van de benen en manipuleren van de gewrichten van de hond behelst moet ik de conclusie van de collega bevestigen: kreupel linker voorpoot en pijnlijk bij strekken elleboog. Ik maak nog wat extra röntgenopnames in wat andere richtingen maar behalve de geringe artrose en een mogelijke reactie van de binnenste gewrichtsbal van de bovenarm kan ik weinig afwijkends ontdekken. De pijnlijkheid, de artrose en de dubieuze gewrichtsvlakte zijn voor mij genoeg reden om het gewricht open te maken om te kijken waar de hond last van heeft.
De elleboog is een moeilijk te bereiken en ingewikkeld gewricht. Drie botten die op en in elkaar ingrijpen met op de belangrijke plekken een stevig bandenapparaat. Langzaamaan zoek ik mijn weg naar de diepte terwijl de assistente spieren opzijtrekt met stalen haken om voor mij het operatiegebied zichtbaar te krijgen. Steeds moet er met steriele gazen het opwellende bloed weggedept worden. Al voelend, snijdend en knippend komen de diepere delen in beeld. Ik zoek het gewrichtskapsel op en open het gewricht met behulp van een klein sneetje. Aan de slijmerige vloeistof die als glijmiddel voor de beweging van een gewricht gebruikt wordt kan ik zien dat het gewricht geopend is. Een klein bottig uitsteekseltje dat nogal eens loszit krijgt mijn bijzondere aandacht maar ik moet constateren dat deze gewoon vast op zijn plek zit. Ik laat een tweede assistente het gewricht openwrikken door het onderbeen uit te buigen. Plots schiet er een 1 mm klein wit streepje door mijn gezichtsveld. Een kraakbeenflapje is van de gewrichtsvlakte losgebroken en zwerft nu in het gewricht. Net als een steentje in je schoen is dit voldoende om de pijnlijkheid te verklaren. Met veel moeite krijg ik het losse flapje van 2 bij 6 mm te pakken en kan het verwijderen. "das kikkuh" hoor ik de assistente die het onderbeen vast houd zeggen

En om heel eerlijk te zijn: dat vind ik zelf ook.

maandag 21 maart 2011

geluksvogel


Hij had al een poos in het asiel gezeten. Blijkbaar kon hij de baasjes die een nieuwe hond zochten niet bekoren. En om heel eerlijk te zijn kan ik het ook wel een beetje begrijpen. Hij is groot, hij is log, hij kwijlt en hij is dolenthousiast. Oja, en hij heeft ook nog een gescheurde kruisband in zijn knie. Gelukkig past er met een beetje goede wil op de meeste potjes wel een dekseltje en zo ook nu. Het nieuwe baasje in spe was als een blok voor hem gevallen maar had gewoon de centjes niet om de knie te laten behandelen. Dus hebben we met elkaar telefonisch eens rond de tafel gezeten, hier en daar wat potjes open getrokken (komt ons potje "beesje zonder baasje" ook weer eens van pas) en zijn we tot elkaar gekomen. Elke partij een derde deel van de kosten. Het nieuwe baasje is dolenthousiast over zijn nieuwe huisgenoot en ik zie ze dan ook regelmatig in de spreekkamer om een kwaal te onderzoeken en zo nodig te behandelen. En ik zie ze graag komen, wordt blij van het toegewijd zijn van baas aan hond en hond aan baas.
Laatst was hij er weer. De stoelen in de wachtkamer waren van hun plaats getrokken, opzij geschoven door het logge, grote lijf op zoek naar ik weet niet wat. Ik liet ze binnen en meteen steeg mijn bewondering voor het baasje met 200%. Nadat de grote kop eerst vluchtig in mijn schoot gelegd en de hond een krab achter de oren in ontvangst genomen had, spurtte de loebas door de behandelruimte. Al die luchtjes hadden een desastreus effect op het kwijlvermogen van deze hond. De slierten slijm hingen 20 cm uit de lippen. Nadat ik de viezigheid van mijn kleren had geveegd werd ik gewaar wat de kwaal het dier was. Een hinderlijke oorontsteking zorgde voor een vervelende kriebel in de gehoorgang. En wat doet een hond met oorontsteking? Juist!!!! om aan die hinderlijke jeuk te ontkomen klappert hij met het hoofd. Ik onderzoek de gehoorgang en schrijf een medicijn voor. "Elke dag een kneepje zalf diep in de gehoorgang aanbrengen" staat er op het etiket dat ik op de spuitflacon plak. Na de behandeling doe ik de breed glimlachende en verliefd naar zijn beest kijkend baasje met hond en oorzalf uitgeleide.

Hierna pak ik de sop-emmer en laat hem vollopen met lauw water. Ik voeg een flinke scheut van een bekend merk schoonmaakmiddel toe en vervolgens schrob ik met sop en een poetsdoek de praktijk schoon. Al poetsend vraag ik me af hoe het er bij het baasje thuis uit zal zien. Zeker weet ik wel dat de mantel der liefde veel kan bedekken.

zondag 13 maart 2011

De jongste niet meer


Ik parkeer de auto aan de kant van de weg, net in een flauwe bocht en met de neus naast een oude verzakte boom. Mijn zakken zitten volgepropt met de flessen en spuiten die ik nodig heb voor mijn taak. Ik stap uit en ga het pad van het boerderijtje aan mijn rechterhand op, een wat ouder, verweerd pand met op de oprijlaan een oldtimer met daarin twee op wraak beluste keffertjes. Het slot van het houten hek sluit niet helemaal en kraakt als ik hem van een kier openduw naar een ruimte waar ik doorheen kan lopen. De eigenaresse van het hoogbejaarde New Foundlander teefje die ik een spuitje moet geven komt mij al tegemoet. Op hetzelfde moment komt ook de fokster van het teefje het pad oplopen. Zij woont nu al weer jaren in de Flevopolder maar voor deze gebeurtenis heeft ze de reis naar Noord-Holland graag gemaakt. Dit is de laatste hond van mijn laatste nest zo laat ze me weten. De achterdeur gaat open en ik betreed de keuken. Aan de houten muur zijn een veelheid aan foto's geprikt, getuigend van een bewogen en zo te zien gelukkig leven. Het bazinnetje is een jaar geleden gepensioneerd en besteed nu haar aandacht aan kinderen, kleinkinderen en natuurlijk de honden. Zo vlak bij het strand duren de wandelingen uren waarbij de wind de muizenissen uit het hoofd blazen.
Het teefje ligt in een hoekje van de keuken en besteedt niet al teveel aandacht aan de omgeving. Ondanks een forse hartafwijking, een aandoening die bij een New Foundlander op leeftijd geen uitzondering is, ging het tot voor kort nog prima met de krasse dame. Maar nu heeft een tumor in de tong haar toch geveld. Ik slurp mijn koffie, de lippen aan de rand van een verweerd, antiek kopje. We praten wat over de strijd die het dappere dier de laatste paar weken heeft gestreden en over het verdriet van het komende, onvermijdelijke afscheid. De twee oudere dames kletsen eigenlijk nog best ontspannen en ik doe dapper mee terwijl ik wacht tot het moment dat zij toe zijn aan de laatste behandeling van het arme dier. Als het moment daar is verplaatsen we de moeilijk lopende "oude dame" naar de serre, de plek waar ze zo graag verpoosde. Een voorprikje met een slaapmiddel en tien minuten wachten, waarna ik het narcosemiddel in een ader aan het achterbeen van de hond aanbreng. Dikke tranen rollen van de wangen van het baasje over de zware zwarte kop. Een laatste diepe zucht als het leven het lichaam verlaat. Na een poosje sta ik op en neem afscheid.

Als ik het pad weer afloop zie ik de punt van mijn auto een oude mitsubishi uit 1994 bij de oude eik en ik bedenk dat ik met mijn 52 jaren relatief de jongste van het hele stel ben.